Home

‘Technologische vooruitgang is niet te stoppen, je ertegen verzetten heeft weinig zin.’ Deze veelgehoorde techniekperceptie gaat vaak gepaard met een tweede vooronderstelling: verzet tegen techniek wordt ingegeven door angst. Angst voor de vooruitgang of het onbekende, goed te vergelijken met de vrees die de introductie van het schrift of de komst van de eerste stoomtrein inboezemde. Niet alleen buiten de kring van techniekdenkers, ook binnen die kring schijnt menigeen zich goed in dergelijke ‘common sense’-gemeenplaatsen te kunnen vinden. In Nederland is de vooraanstaande techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek een hartstochtelijk pleitbezorger van deze communis opinio.

Het is een stellingname die het techniekdebat knevelt en kortwiekt nog voordat het goed en wel op stoom is gekomen. Enerzijds worden critici die de bedreigende kanten of risico’s van techniek onder de aandacht brengen, bij voorbaat gedesavoueerd als irrationeel. ‘Techniekpessimisten’ laten zich immers leiden door angst. En omdat angst een slechte – lees: irrationele – raadgever heet te zijn, hoeft met dergelijke raadgevers niet serieus te nemen. Strikt genomen moet men de techniekwaarschuwingen van filosofische zwaargewichten als Martin Heidegger, Hannah Arendt of Michel Foucault, dan eveneens terzijde schuiven als irrationeel. En zo smoort men zowel het intellectuele als het maatschappelijke debat in de kiem.

Anderzijds creëert deze techniekbenadering een verraderlijke dode techniekhoek. Door techniek als een natuurkracht voor te stellen (‘niet te stoppen’), verliest men het zicht op de economische doelrationaliteit die ten grondslag ligt aan veel hedendaagse innovaties. Digitale waarden als snelheid, flexibiliteit, connectiviteit en transparantie zijn in de eerste plaats marktwaarden gericht op het vangen en kanaliseren van de aandacht van consumenten. Daar waar de industriële revolutie draaide om de toe-eigening en exploitatie van menselijke spierkracht, draait de digitale revolutie om de toe-eigening en exploitatie van de menselijke geest, om het ontginnen en vermarkten van zijn verlangens, wensen en voorkeuren. We zijn getuige van een productieproces waarin het accent is verlegd van materiële manipulatie naar geestelijke manipulatie.

Door techniekkritiek weg te zetten als een irrationele strijd tegen het onvermijdelijke, blijft men blind voor de allerminst irrationele of onvermijdelijke marktdynamiek die de huidige techno-wetenschappelijk omwenteling in gang heeft gezet en in gang houdt. Sterker, gezien de exponentiële snelheid en alomvattendheid waarmee de digitalisering van onze leefwereld momenteel gestalte krijgt, houdt maatschappij- of cultuurkritiek per definitie techniekkritiek in. In digitale tijden staan burgers en consumenten in toenemende mate onder toezicht van metadata en enigmatische algoritmen en verhuizen de centra van de macht naar anonieme datacenters. Hierin schuilt de werkelijke en actuele betekenis van het woord technocratie. In zo’n wereld is fundamentele techno-kritiek een noodzakelijke voorwaarde voor een gezond geestelijk klimaat.

Techniekfilosofen als Peter-Paul Verbeek menen dat het verstandiger is mee te buigen met het onvermijdelijke. Volgens hen is weerstand bieden tegen technologische innovaties weinig productief; wie nieuwe techniekvindingen op een betekenisvolle in zijn bestaan wil integreren, kan beter zij aan zij met de innovaties meewandelen om aldus de waarde van het betreffende artefact te bepalen. Men moet evenwel over bovenmenselijke loopkwaliteiten beschikken om de snelheid en dynamiek van de hedendaagse techniekhordenloop bij te benen. Het moordende innovatietempo van de ‘Silicon Valley’-industrie gunt de consument eenvoudigweg geen tijd zich aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen. De sociale werkelijkheid holt voortdurend – nu meer dan ooit – achter de techniekfeiten aan. Er is kortom een discussie nodig over de fundamenten waarop onze technotoop gebouwd wordt.

Dat vergt een politiek en maatschappelijk debat over de sociaaleconomische voorwaarden waaronder de inrichting van onze samenleving plaatsvindt. Het vereist een discussie die verder reikt dan een analyse van bepaalde techniekvindingen of de vraag wat de morele impact is van specifieke hoogtechnologische kunstjes. De digitale revolutie is eerst en vooral een strijd om onze aandacht. Een strijd waarin de internetindustrie aan de winnende hand is. Gevolg: eigentijdse pathologieën als aandachtstoornissen, hyperactiviteit, infobesitas en concentratieverlies.

Wanneer de filosoof Herbert Marcuse gelijk heeft dat individuele stoornissen de gestoordheid van het geheel weerspiegelen, dan is gezonde techniekschroom juist vandaag de dag noodzakelijk. Niet alleen ter stimulering van de geestelijke hygiëne, maar bovenal ter cultivering van een kritisch bewustzijn ten aanzien van de ideeën en intenties van de revolutionaire voorhoede van onze tijd: de whizzkids, marketeers en CEO’s van bedrijven als Google of Facebook.

Om deze reden verschijnt komend najaar mijn pamflet Het digitale proletariaat bij de Bezige Bij.

Dit stuk is op 6 mei 2014 tevens gepubliceerd op het weblog ‘intieme technologie’ van het Rathenau Instituut:: http://intiemetechnologie.wordpress.com/?p=337&preview=true

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s