Home

Een auto is een voertuig maar in een onbewaakt moment verandert hij zomaar in een moordtuig. Met die realiteit werd ik ruim twee weken terug hardhandig geconfronteerd. Rond middernacht, op de snelweg tussen Metz en Nancy, veranderde het middel dat ons van a naar b moest brengen in één genadeloze klap in zijn tegendeel. Airbags ontploften in onze gezichten, de ruimte vulde zich met rook, motoronderdelen stulpten naar buiten als ingewanden uit een opengereten lichaam. Van symbool van vooruitgang, hoop en vrijheid werd onze auto een monument van stilstand, wanhoop en onvrijheid.

Het lijkt een hele stap, maar dat is het niet. Kunstmest is een middel ter bevordering van leven. Men kan er echter ook dood en verderf mee zaaien, zoals Breivik deed. Hetzelfde geldt voor pesticiden. Bedoeld ter verdelging van ongedierte kan men er ook mensen mee verdelgen, zoals in Syrië. Sarin, het goedje dat daar werd gebruikt, dankt haar bestaan immers aan de zoektocht naar krachtiger bestrijdingsmiddelen.

En zo toont onze technologie haar januskop. Wat als medicijn door de mensheid verwelkomd wordt, blijkt meer dan eens giftige keerzijden te hebben. We leven in een technotoop volgestouwd  met geavanceerd spul waarvan de onvoorziene en ongunstige effecten zich pas na verloop van tijd aandienen. Techniek is vaak kwetsbaar, duur, onvoorspelbaar, verspillend en nutteloos. Kortom, niet erg rationeel.

Het subliemste voorbeeld hiervan is de atoombom waarmee de mens met één druk op de knop zichzelf kan opheffen. Op de voet gevolgd door kerncentrales, die menselijke constructies met de apocalyptische belofte dat ze op elk ongewenst moment in massavernietigingswapen kunnen veranderen.

De confrontatie met de irrationaliteit van ons technisch vernuft is een ondermijning van ons zelfbeeld. We geloven dat de techniek ons vooruit helpt, ons sterker, slimmer en sneller maakt. Dat doet ze ook, maar evengoed neemt ze een loopje met ons, zet ons terug, maakt ons slapper, dommer of langzamer. Bacteriën die resistent worden voor antibiotica of virussen die digitale snelwegen onbegaanbaar maken. Ziehier de ambivalentie en wispelturigheid van het infernale universum van de techniek, om de filosoof Bernard Stiegler te parafraseren.

Dit Frankenstein-motief knaagt aan het menselijke geweten. De mens is toch heer en meester over zijn scheppingen? De gedachte dat niet hij maar de techniek de maat bepaalt, is een ondraaglijke gedachte en ondermijnt zijn zelfvertrouwen. Een ongemakkelijke waarheid waarvoor we liever de ogen sluiten. Oog in oog met de ongewenste bijwerkingen van onze vondsten maken we onszelf wijs dat niet de dingen schuldig zijn, maar de zieke geesten die ze misbruiken. En zo verschonen we ons geweten en ontslaan we onszelf van onze verantwoordelijkheid.

Een goedkope en grove leugen. Ooit bedacht waarom knuffelbeestfabrikanten waarschuwen voor loslatende deeltjes? Omdat zelfs knuffelberen een kind de dood in kunnen jagen.

Auto’s ook. ‘Eruit, eruit!’, gilde een stem. Alles vertraagde en versnelde tegelijk. Werktuiglijk kwam ik in beweging. Het geluid van schreeuwen en huilen ineen kwam van de achterbank, van mijn negenjarige dochter die ruw uit haar slaap was gestoten. Even later had ik haar in mijn armen en vanachter de vangrail overzagen wij – vader, moeder en kind – ongedeerd de gevolgen van onze reis naar het einde van de nacht.

Ik bezag onze tot schroot gereduceerde auto en voelde me verraden. Dat ding zou ons toch snel en veilig naar huis brengen? In een opwelling schoot ik weer de snelweg op, keek in de bek van het sissende en smeulende monster, griste mijn dochters immense knuffelbeer eruit en gaf hem aan haar.

Een symbolische handeling. Door haar op deze wereld te zetten ben ik, zeker zolang zij kind is, verantwoordelijk voor het geluk én ongeluk dat haar in deze wereld overkomt. En hoewel niet schuldig aan het auto-ongeluk, maakt het eenvoudige feit dat ik in een auto stap mij moreel aansprakelijk voor de onvoorziene gevolgen ervan. Door haar die beer te geven probeerde ik die dubbele last onbewust te verleggen.

Zodra de natuur haar grillige karakter toont – tsunami’s of aardbevingen – komt de mensheid onverdroten in actie. Echter, geconfronteerd met de rampen die we in onze eigen werkplaatsen en laboratoria produceren, beginnen we te dralen en te vingerwijzen. Dat maakt de halfbakken, onuitvoerbare en tot mislukken gedoemde oplossing voor Syrië zo onverteerbaar. Ze is lui en laf.

Deze column stond 18 september 2013 in de Volkskrant.

One thought on “Een luie en laffe oplossing

  1. Voor de kerncentrale in chernobyl stond een groot beeld van prometheus. Bizar.
    Technologie helpt ons verder, maakt ons leven makkelijker. Leuker. En gezonder. Maar niet zonder risico’s.
    Kijk eens naar de bouw van de eerste kernfusie reactor ter wereld, in Cadarache, zuid Frankrijk. Dat is de toekomst, geen kernsplijting maar fusie van lichte kernen. De zon geïmiteerd in een donutvormig plasma. Prachtig! Technisch razend ingewikkeld, maar weinig gevaarlijk.

    Jammer dat je stopt met je column Hans. Kunnen we ergens anders wat van je lezen?
    Groeten Jules

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s