Home

Ontredderd rent een jonge man – waarschijnlijk nog een adolescent – door het schokkerige beeld. Zijn vlucht heeft iets onbepaalds, alsof hij voor zichzelf wegrent. Pas dan zie ik dat zijn rechterarm er zomaar bij bungelt, volledig verbrijzeld is en, op een paar rafelige stroken huid na, nagenoeg van zijn schouderblad is gescheiden. De YouTube-oorlog, zoals sommigen het conflict in Syrië noemen, maakt het mogelijk de ‘kunst van het doden’ in al haar gevarieerde verschijningsvormen en dito eindresultaten te bezichtigen. Met enige regelmaat geef ik me hieraan over.

Waarom? Waarschijnlijk omdat ik vermoed dat onder al die lagen onmenselijkheid de mens te vinden is. Deze gedachte staat centraal in het werk van Isaak Babel. Een van zijn personages verwoordt het zo: ‘Kijk, met een kogel, daarmee kun je je alleen maar van een mens bevrijden, met een kogel raak je de ziel niet. Maar ik spaar mezelf niet altijd, het komt wel voor dat ik mijn vijand een uur, of langer dan een uur, met mijn voeten in elkaar trap, omdat ik het leven zo graag doorgronden wil.’

Onlangs klikte ik een rommelig uitgevoerde onthoofding weg om mijn dochter welterusten te wensen. Ik stopte haar toe, legde haar lievelingsknuffel in haar armen en terwijl ik haar kamer verliet, schoot me plots een gedichtje van de Poolse dichter en theoloog Ihnatowicz te binnen: ‘Door een straatje/ In een stadje/ Onder een baldakijn van kastanjebomen/ Ren ik, een vrolijk kind/ Naar de plek waar ik om zal komen.’ Later die avond dronken mijn vrouw en ik een goed glas wijn en keken naar een cabaretvoorstelling op tv.

Op 26 april plaatste de Belgische krant de Morgen op de voorpagina een paginagrote kleurenfoto van een bebloede, halfnaakte en zwaargewonde peuter die huilend naar zijn handen keek. De hoofdredacteur verklaarde dat soms een megafoon nodig is om een boodschap over te brengen. Er vloeiden wat obligate twittertranen en men ging over tot de orde van de dag. Een generatie eerder nog maar, in 1984, waren een paar beelden van hongerende Ethiopiërs genoeg om de wereld te mobiliseren. Live Aid was het iconische resultaat: een wereldwijd uitgezonden benefietconcert en massamediaspektakel zonder weerga.

De spektakelmaatschappij – een samenlevingsvorm die ertoe neigt alles wat leeft als schouwspel gestalte te geven – is gedemocratiseerd en geprivatiseerd. Wat als spektakelstuk in aanmerking komt wordt niet langer door traditionele media bepaald. Het zijn de gebruikers van sociale media die de evenementenagenda vaststellen. Dezer dagen stond de stalkende powerfeministe Heleen Mees op één, op de voet gevolgd door een filmpje van een ponyplettende vrouw. Relatief onbeduidende en geïsoleerde incidenten die het publiek massaal tot leedvermaak dan wel afschuw aanzette. Het pletponyschandaal leidde zelfs tot Kamervragen en activeerde tevens die typische vorm van hedendaags engagement: het digitale dreigburgerschap.

Deze uitvergroting van particuliere eigenaardigheden tot publiek schandaal en de primaire reacties erop, zijn symptomatisch voor een samenleving waarin het onderscheid tussen publiek en privé vergaand geërodeerd is. De zogenaamde ‘filter bubble’ – de digitale dode hoek die ontstaat doordat zoekmachines voorselecteren wat voor de internetgebruiker relevant wordt geacht – versterkt dit erosieproces. Algoritmes zullen het nationale boven het internationale plaatsen, het persoonlijke boven het onpersoonlijke en het onbeduidende boven het beduidende. We ‘liken’ immers meestal onder gelijkgestemden en wat we ‘liken’ heeft vaak betrekking op de persoonlijke levenssfeer. Ik vermoed dat het wereldwijde web voor de meeste surfers eerder blikvernauwend dan blikverruimend werkt.

Misschien hebben we geen privacyprobleem, maar een intimiteitprobleem. De  privacyschaarste leidt tot een intimiteitsoverschot. En zo verschijnt de naakte mens, een wezen waarvan de intiemste verlangens en genoegens ten prooi vallen aan de observerende en keurende blik van de Ander. Zo’n mens wordt tot object gereduceerd en verliest daarmee zijn waardigheid.

Ik zocht naar de menselijkheid onder de lagen onmenselijkheid. YouTube gaf geen antwoord, slechts het lezen van Babel kon dit mysterie naderbij brengen. Toen de huisarts mijn moeder doodspoot en alle dingen uit mijn ogen verdwenen, behalve mijn tranen, drong het tot me door: ik had mezelf de intiemste handeling denkbaar – de kunst van het doden van een medemens – eigen moeten maken. Eens te meer besef ik dat ik blind was voor het meest nabije.

Deze column stond woensdag 10 juli 2013 in de Volkskrant.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s