Home

Een kromgetrokken oudje schuifelt langs me heen. Terwijl ik hem observeer, peilt hij met enige moeite – zijn hoofd staat in een hoek van 90 graden op zijn romp – de voorbijgangers op de boulevard. Na verloop van tijd benadert hij een jonge vrouw. Er ontspint zich een kort gesprek, de oude man overhandigt haar een klein flesje, neemt plaats op het dichtstbijzijnde bankje en strekt zijn ingeklonken lichaam moeizaam naar achteren. De vrouw stelt nog een vraag, draait vervolgens de dop van het flesje en druppelt de ogen van de oude baas.

Welkom in Spanje, uw voorland. Vanaf 2015 mag u zich ook in Nederland gaan verheugen op dergelijke taferelen. Waarschijnlijk in een meer Albert Heijn-achtige setting, maar toch. (‘Koop een krantje en ik verwissel uw verbandje.’ Voor de verkoper van de daklozenkrant breekt een gouden dageraad aan.) 2015 is immers het jaar waarin de hervorming van de volksverzekering AWBZ haar beslag krijgt. De zorgbehoevende zal dan in eerste aanleg zelf verantwoordelijk worden voor de organisatie van zijn zorg en in toenemende mate een beroep moeten doen op de welwillendheid van familie, vrienden en buren.

‘Wellicht slim om alvast de banden met de buren aan te halen’, kopte de Volkskrant afgelopen vrijdag. Een advies dat nauwelijks kernachtiger de ingrijpende aard van de verandering had kunnen verwoorden. Ik zou daar nog een tweede aanbeveling aan willen toevoegen: word wat minder kaaskop en wat meer knoflookvreter. Deze stelselwijziging vereist namelijk niet alleen een coöperatieve levensinstelling – Spanje kent hierin een rijke en levende traditie – maar tevens een cultuuromslag naar dienstbaarheid, zo ruim voorradig in het land der donquichotterieën.

Op zoek naar een calvinistische geest met Latijnse trekjes, zo zou het motto voor deze operatie kunnen luiden. Of, om de protestantse handels- en efficiencygeest tegemoet te komen: vallen er synergievoordelen te behalen tussen neuro- en zeurozielen? Vast en zeker, maar het zal geen sinecure zijn. Hoewel de huishoudboekjes van neuro- en zeurolanden steeds meer op elkaar beginnen te lijken, gaapt er op het gebied van de geest nog een flinke kloof. Tussen de W van stamppot en de P van paella, is er een wereld te winnen. Ga maar na: de Spanjaard loopt zelden eenvoudigweg van A naar B, zijn kortste weg is een omweg. Hij ontbeert doelgerichtheid. Zijn geest is een flaneergeest, wat maakt dat hij bij voorkeur drentelt en draalt en mij, met mijn Noord-Europese voorwaartsgerichte tred, voortdurend voor de voeten loopt. Althans, vanuit neurocentristisch perspectief bezien.

Ook afscheid nemen is een ritueel waarbij men de kunst van het talmen dient te verstaan. Men heeft getafeld, wil op een goed moment huiswaarts, staat op, zoent de tafelgenoten vaarwel en dan begint het: een langgerekte prietpraatceremonie van oneindig vaak uitgestelde afscheidsmomenten. Het is een plechtigheid die zomaar een half uur in beslag kan nemen.

Mateloosheid en nodeloze omhaal, daar houdt de Spanjaard van. Dat geldt niet alleen voor zijn loop- en spreekstijl, maar voor zijn hele levensstijl. Het maakt de bewoner van het Iberisch Schiereiland tot een bijzonder vrijgevig type en laat tevens zien dat het rigide doel-middeldenken, zo populair in neurolanden, hem van nature vreemd is. En juist deze twee eigenschappen, gulheid en een niet-utilistische levenshouding, zijn van essentieel belang voor het welslagen van het nieuwe zorgstelsel. Het vereist niets minder dan een kleine culturele revolutie. Van een hypergeïndividualiseerde ‘tijd is geld’-mentaliteit naar een ethos van onbaatzuchtigheid en trotse dienstbaarheid.

Ik ben hoopvol gestemd. De toekomst is aan de coöperatieve gedachte, denk maar aan de broodfondsen, verenigde vormen van energieopwekking en al die andere initiatieven waarbij mensen op basis van vertrouwen en solidariteit toenadering tot elkaar zoeken. En wat die nakende knoflookgeest betreft, ook dat komt goed. We hebben de koning van Hispanje immers altijd al geëerd en sinds gisteren klopt er een Latijns koninginnehart in het land van duitendieven en dominees. Bovendien staat u al weken superlatieven prevelend in de rij voor het ‘Rijks’, een katholiek en semi-Spaans pronkstukje. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is: onze geestverwanten, de Duitsers, voetballen steeds vaker als Spanjaarden. Vreugdevol, aantrekkelijk en vol pathos.

De Faustische ziel krijgt langzaamaan magische trekken. Nu de beloofde klimaatopwarming nog, en de spanjolisering van de Hollander is een feit.

Deze column stond woensdag 1 mei 2013 in de Volkskrant (mét het woord van de dag, volgens meneer Van Dale).

One thought on “De spanjolisering van de Hollander

  1. Pingback: Min maal min is plus | Taalpraat

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s