Home

Dat de mens in vergelijking met andere dieren een gebrekkig wezen is – in zijn naakte, natuurlijke gestalte immers weerloos en nauwelijks levensvatbaar – is het gevolg van een stommiteit. De wordingsgeschiedenis van deze kosmische miskleun begon niet in Afrika, zoals men ons graag wijsmaakt, maar in Griekenland, en wel op het moment dat de Olympische oppergod Zeus de Titaan Prometheus opdracht gaf de wereld van mens en dier te scheppen.

Prometheus besteedde het klusje echter uit aan zijn broer Epimetheus. En daarmee werd ons lot als ongelukje met een aangeboren gebrek bezegeld, want Epimetheus was onnozel en verstrooid. Enthousiast ging hij aan de slag met de mand aan kwaliteiten die Zeus hem ter beschikking had gesteld. Kwistig strooide Epimetheus met alle eigenschappen die hij aantrof. Zo kreeg het stekelvarken zijn stekels, de gazelle haar snelheid, de leeuw zijn kracht en ga zo maar door. Maar toen de mens aan de beurt was, tastte Epimetheus mis. De mand was leeg!

Prometheus probeerde de fout te herstellen en roofde het vuur – symbool voor de techniek – van de Goden. Daarmee hoopte hij dat armzalige, kwaliteitsloze wezen de middelen in handen te geven om zich in leven te houden. Deze illegale overdracht van goddelijke kwaliteiten had verstrekkende gevolgen: bonje op de Olympus, Prometheus gestraft en aan een rots geketend en als toornige toegift kreeg de mens Pandora en haar doos vol rampspoed over zich heen.

Er huist een nauwelijks te onderschatten en veelal vergeten boodschap in deze mythe. Uit een hoopje ellende zonder intrinsieke kwaliteiten, kwam een door de techniek bezeten wezen tevoorschijn. Daar waar Prometheus werd vastgeketend aan een rots, werd de mensheid vastgeketend aan de techniek. De menselijke conditie was nu een technische conditie. Vuistbijl, stoommachine en computer: voortaan zou de mens van zijn nood een goddelijke deugd maken en de wereld aan zijn wet onderwerpen.

Maar goddelijke krachten in handen van stervelingen, dat is linke soep. Niet alleen ligt hoogmoed op de loer, tevens bestaat het risico dat men de uitwerking van het goddelijke goedje onderschat. Technische vindingen vertonen namelijk de onhebbelijke eigenschap een eigen dynamiek in gang te zetten die de bedenkers ervan tot figuranten degradeert. Dat de stoommachine de industriële revolutie ontketende met al het heil en onheil van dien, konden de makers ervan onmogelijk voorzien. De mens denkt in de techniek een instrument in handen te hebben waarmee hij zijn doelstellingen kan verwezenlijken. Dat is echter een grove misvatting en gaat volledig voorbij aan de eigen logica van het ‘infernale universum van de machines’, zoals de techniekfilosoof Bernard Stiegler het uitdrukt. Techniek noopt tot bezinning – wat overigens iets anders is dan afwijzing.

De gevaarlijke naïviteit van techno-utopisten; ik zou er column na column aan kunnen wijden. Maar nu niet meer. Via Twitter (#ifihadglass) heb ik me onlangs aangemeld als ‘Glass Explorer’. Het vooruitzicht dat ik binnenkort met een Googleblik naar de wereld kan kijken, eenvoudigweg door het opzetten van mijn Googlebril, deed me beseffen dat deze verdere googlificatie van de werkelijkheid al mijn fantasieën en verlangens binnen handbereik brengt. De bezinning voorbij.

Interactief smartphonen via het netvlies: met de ingebouwde camera van mijn Google Glasses maak ik van mijn leven een realityshow. Via YouTube kijkt u (en Google natuurlijk) realtime en desnoods interactief mee. En zo kunt u zich, tot in lengte van dagen, laven aan ‘een dag uit het leven van een columnist’. IJdelheid bevredigd en de sterfelijkheid voorbij.

Ook mijn dochter meet ik zo’n apparaat aan. Iedere onverlaat die haar nafluit, googel ik met behulp van een gezichtsherkenningsapp. Ik zal het hitsige ventje digitaal stalken tot hij om genade smeekt. Van rokende of zwaarlijvige en hamburgervretende medemensen maak ik ongezien snapshots die ik naar zorgverzekeraars stuur. Dat zal ze leren mij te laten opdraaien voor hun zorgkosten. Totaal toezicht. En tijdens een fijn gesprek, kijk ik naar keiharde porno. Gewoon omdat het kan. #ifihadglass, dan zou ik de bril aan mijn brein koppelen en het laatste bastion van mijn menselijke uniciteit – mijn emoties – aan Google overdragen.

De bevrijding van de realiteit lijkt nabij. Onze cyberspaceodyssee is een avontuur dat nieuwe werelden ontsluit. De vraag is echter: komen we ooit nog thuis? En zo ja, wat treffen we daar dan aan?

Deze column stond woensdag 20 maart 2013 in de Volkskrant

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s