Home

Koninklijke Hoogheid,

Nu u tot de troon wordt geroepen en de monarchiezagers hun handzaagjes aan uw koninklijke zetel zetten, voel ik me op mijn beurt geroepen een enkele gedachte over deze kwestie met u  te delen. Inzet van dit schrijven is de vraag wat de antimonarchisten nu echt bezielt. Ik kan me namelijk niet aan de indruk onttrekken dat zij de werkelijke bron van hun lauwe theeopinies zelf niet kennen. Kortom, het is wellicht instructief meer zicht te krijgen op de blinde vlek van uw tegenstanders. Want u weet: in het land der blinden is eenoog koning.

Dat brengt mij meteen bij een bespiegeling over de werkelijkheid die het koningshuis belichaamt. Anders gesteld: waar staat uwe Doorluchtigheid voor, waar appelleert uw dynastie aan? Gaat u even zitten, want het is – excusez le mot – bepaald geen kattenpis. U herinnert ons namelijk aan niets minder dan de contingentie van het bestaan zelf. Dat is misschien wat filosofisch uitgedrukt. Laat ik het eenvoudiger formuleren. Uw geboorte vertegenwoordigt de toevalligheid van de menselijke geboorte an sich. Wij worden door en met u deelgenoot gemaakt van een lotsbestemming, een bestemming die onlosmakelijk verbonden is met het huis waar uw wieg stond.

Dat nu is een boodschap die ons allemaal aan gaat. We komen niet alleen als Nederlander ter wereld, maar tevens als lid van een geslacht. En zo zijn we in zekere zin voorbestemd voor een culturele werkelijkheid die groter is dan onszelf en die medebepalend is voor onze identiteit en mogelijkheden. De dwingende mededeling die van het vorstenhuis uitgaat is deze: het leven is een opgave en er zijn omstandigheden (let op: linksige boodschap!) die niet gereduceerd kunnen worden tot een particuliere keuze. Als vanzelf betreden we daarmee een gewijd discours waar woorden als roeping en opdracht nog vol van betekenis zijn.

U voelt het al aankomen. Deze aristocratische voorbeschikking staat lijnrecht tegenover meritocratische zelfbeschikking. Welnu, uw felste opponenten bevinden zich dezer dagen – en dat is geen toeval – vooral ter rechterzijde, min of meer ter hoogte van uw onderbuik. Een tamelijk springerig gezelschap met nogal ongerijmde opvattingen over vrijheid. Weliswaar draait het bij hen vooral om de vrijheid van meningsuiting, maar de perceptie dat deze absoluut en dus onbegrensd zou zijn, heeft uiteraard invloed op de algemene levensbeschouwing van dit smaldeel. Die zou men kunnen typeren als een ethos dat zich weinig inschikkelijk toont jegens bestaande begrenzingen, of dat nou een institutie is of de eigen herkomst. Vanzelfsprekend staat deze verabsolutering van vrijheid op gespannen voet met zoiets als lotsbestemming, met het aanvaarden van de kaarten die we van huis uit in handen krijgen. En dat is nu precies waar het erfelijke karakter van het koningshuis aan appelleert.

Monarchievijandelijke sentimenten (te duur, niet transparant, absurdistisch, niet van deze tijd) dienen dikwijls als schaamlap voor een geperverteerd vrijheids- en zelfbegrip. Bijgevolg trompettert mediamevrouw Ingeborg Beugel hysterisch: ik ben geen onderdaan, maar burger! Deze larmoyante verwarring tussen de begrippen ‘onderdaan’ en ‘onderdanig’ mogen we de eigentijdse nieuwlichters echter niet te zwaar aanrekenen. Zij zijn zelf eveneens het product van een vooraf gegeven werkelijkheid. Het zijn uitlopers van de jaren ’60; aangejaagd door de transparantiedwang van het web schieten de merendeels nieuwrechtse provo’s wat door in het vogelvrij verklaren van alle ongelijkheden. Tussen ons gezegd en gezwegen: volgens mij omarmen ze de nivellering omdat ze er zelf uit zijn voortgekomen.

U heeft de tijdgeest evenwel mee. We leven namelijk niet meer in postmoderne tijden,  maar in wat sommige denkers pseudomoderne tijden noemen. Dat zijn tijden waarin mensen weer op zoek gaan naar bezielende verbanden, waarin het instrumentele denken plaatsmaakt voor een meer spirituele kijk op de wereld. Columnisten als de heer Pam die uw huis bespottelijk vinden omdat er geen voordelen aan verbonden zouden zijn, kunt u derhalve als ‘oude denkers’ terzijde schuiven. Wie symbolen in termen van nut en onnut wil operationaliseren, is zelf een anachronisme aan het worden.

Kortom, monarchiezagers zijn zaagselvreters, ten prooi gevallen aan ongeremde vraatzucht. Ik wens u veel waardigheid en wijsheid toe.

Hoogachtend,

Hans Schnitzler.

Deze column stond op woensdag 6 februari 2013 in de Volkskrant

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s