Home

Aandachtsstoornis met of zonder hyperactiviteit, egomanie, identiteitsvervorming (meer- of enkelvoudig), geheugenverlies, belevingssolipsisme, dissociatieve stoornissen, regressiesymptomen (intellectueel en emotioneel), geweldsfantasieën, grootheidswaan, dwangneuroses (twitteritis, Facebook-fetisjisme, compulsief klik- en surfgedrag), exhibitionisme, reaguurdersverkokering, infobesitas en digistress (vaak met uitvalverschijnselen), game- en seksverslaving, ontvolgdepressie en ‘vind ik leuk’-manie.

Wie een dergelijke opsomming in de bijsluiter van een willekeurig geneesmiddel aantreft, zal zich waarschijnlijk stevig achter de oren krabben. Is het middel misschien erger dan de kwaal? Zijn er alternatieven voorhanden? Heb ik het spul werkelijk nodig? Het met rede begiftigde dier zou, geconfronteerd met zo’n waslijst aan bijverschijnselen, een beetje gaan wikken en wegen. Dat ligt namelijk in zijn aard. Althans, in de veronderstelling dat we met een zoon logon echon van doen hebben, zoals Aristoteles de diersoort mens betitelde.

Dezer dagen loopt er echter –  in groten getale, de aanwas schijnt onstuitbaar – een nieuw aangekweekt ras rond. Het is de homo digitalis mobilis, in meer dan één opzicht een wat vreemde vogel. Ergens doet hij denken aan een ouderwetse dorpsgek. Ga maar na: hij praat graag hardop en honderduit in het luchtledige. Wie een onderonsje met hem heeft, ziet zich meer dan eens geconfronteerd met de aanwezigheid van een onzichtbare derde waarmee hij –  ogenschijnlijk uit het niets en in een wonderlijke, vingervlugge gebarentaal – signalen uitwisselt. Hij is in de ban van een prothese, een lichtgevende extensie aan zijn onderarm die hij voortdurend met zijn vingertoppen aait en streelt. Soms staart hij het ding lang en hoopvol aan, alsof hij er een verlossend teken van verwacht. Hij gaat er bovendien mee naar bed en staat ermee op.

Het gedrag van onze dorpsgek schijnt veroorzaakt te worden door een verslaving. Dat beeld werd weer eens bevestigd door het eergisteren gepresenteerde rapport De zwarte kant van sociale media. Wat dergelijke rapportages vooral interessant maakt, zijn de reacties erop. Zodra men de digi-junk op de gevolgen van zijn verslaving wijst, zoals de interpathologieën waarmee dit stukje begon, wordt hij woest. De vraag is echter: wat maakt hem toch zo boos? Waarom lijkt hij niet voor rede vatbaar nu we steeds meer zicht krijgen op de bijwerkingen van het ICT-spul dat hij dagelijks en in grote hoeveelheden tot zich neemt? Is de heftige ontkenningsreflex misschien een aanwijzing voor de juistheid van de diagnose?

Wie de ziektegeschiedenis van onze patiënt met een freudiaanse bril bekijkt, ziet een interessant patroon dat licht werpt op deze kwestie. Al generaties lang staat de arme ziel aan vernederingen bloot waartegen hij zich keer op keer probeert te verzetten. Eerst was daar Copernicus die hem van zijn centrale zetel in het universum stootte. Toen verscheen Darwin die hem reduceerde tot een gril van de natuur en hem terugplaatste in het dierenrijk. En tot slot kwam dokter Freud ook nog langs die zijn ego een enorme oplawaai verkocht door hem als product van zijn driftleven voor te stellen. Daar lag hij dan: een paar illusies armer en zijn zelfbeeld in duigen.

Maar telkens komt hij in opstand tegen zijn dreigende verbanning uit het centrum. Vandaag is het de suggestie dat de techniek zijn denken en doen bepaalt, die hem woedend maakt. Net als voorheen weigert hij op de tweede rang plaats te nemen en als vanouds beroept hij zich op zijn bevoorrechte en unieke positie. Maar hij danst al een poosje op de maat van de machine en laat zijn bewustzijn en verlangens meer en meer bepalen door de verslavende gadgets die de geestesindustrie uitspuwt. Na de kosmologische, biologische en psychologische krenking, moet de dorpsgek nu in het reine zien te komen met de narcistische krenking door de computertechniek.

Dat doet zijn zelfbeeld geen goed, de vernedering blijkt een zelfvernedering. Kortom, hij zal vast nog een tijdje tieren tegen diegenen die hem waarschuwen voor bijwerkingen en deformaties. De vraag is echter: weet hij zijn waardigheid en autonomie terug te winnen? De samenstellers van het rapport stellen voor van realtime naar right time over te stappen, van het leven in een permanente staat van paraatheid naar een bestaan dat zijn eigen ritme bepaalt. Slow tech is het sleutelwoord. Sympathiek idee.

Mijn idee: het gif moet medicijn worden,  weiger de digitale dwangbuis, laat je niet socialiseren. Ga tuinieren, dorpsgek!

Deze column stond op 9 januari 2013 in de Volkskrant. 

NB: Twitteritis schopte het, mét spelfout, tot woord van de dag: http://www.taalbank.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=1430:twitteritis&catid=18:woord-van-de-dag&Itemid=26

One thought on “Dorpsgek

  1. he, he. eindelijk duidelijkheid. je ziet de hele dag die malloten om je heen,starend naar hun goddelijk mobieltje. Verslaafden die het contact met de werkelijkheid en de natuur zijn kwijtgeraakt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s