Home

Een van de meest hardnekkige en veelbezongen fabels betreft het bestaan van een kloof tussen burger en politiek. De twee partijen aan beide zijden van het ingebeelde ravijn, stellen alles in het werk om de mythe in stand te houden. Zo herinneren we ons hoe Wouter Bos begin 2003, nog wat bleekjes om de wangen door de Jacobse-en-van-Es-achtige taferelen op het binnenhof na de dood van Fortuyn, zich in het Haagse koffiehuis ‘De Aanloop’ meldde voor een wat onwennig gesprek met de gewone man. Een paar jaar later pakte Balkenende de draad op en stuurde zijn bewindslieden op een 100 dagentournee. Men legde de oren te luisteren in den lande en keerde, aktetassen uitpuilend van volkse wijsheden, terug naar vak K. Sindsdien is burgerparticipatie het toverwoord en Overheid 2.0 de toverstaf waarmee men een sprookjeswereld voorspiegelt waarin koffiehuispraatjes bindend zijn.

Aan de andere kant van de afgrond staat de tegenpartij: burgers die al die behaagzucht verveeld gadeslaan en beantwoorden met boegeroep en verwensing. Zakkenvullers! Matennaaiers! Klepzeikers! In een ultieme poging de vuilspuiterij te smoren en de meute te paaien, zetten politici de polonaise in, trekken een apenpak aan of hangen de hansworst uit aangezet door mediaclowns vermomd als journalist. Het mag allemaal niet baten; de boze massa blijft onverminderd boos.

Dat komt vooral doordat hen een dwangvoorstelling dwars zit. Een idee-fixe dat zo tot de verbeelding spreekt, dat zelfs de partij aan de overzijde van de kloof erin is gaan geloven. Het gapende gat, zo beweren volksmenners waarvan de vergezichten niet verder reiken dan de populistische neus lang is, is het resultaat van verwaarlozing. Een versteende en zelfingenomen groep bewoners van de grachtengordel heeft de kop in een echoput gestoken waaruit slechts het eigen gelijk weerklonk. En daarmee hebben deze doctorandussen de belangen verkwanseld van de monddood gemaakte meute.

Dat deze aflevering van de Fabeltjeskrant de kijkbuiskindertjes nu al tien jaar lang aan de buis gekluisterd houdt, heeft evenwel weinig te maken met het vermeende elitarisme van juffrouw Ooievaar. Waar we wel getuige van zijn is de voltooiing van het emancipatieproces van Ed en Willem Bever, mondige burgers die men niets wijs hoeft te maken. Er is hen een vrijheid-blijheid-versje ingestampt dat zijn uitwerking niet heeft gemist. Bovendien hebben zij geleerd de wereld als markt te beschouwen. Kortom, er waart al decennialang een neoliberale consumentengeest door het dierenbos. De bazen van het bos handelen in deze geest en proberen aan alle mensenwensen tegemoet te komen, maar ze kunnen de hooggespannen verwachtingen onmogelijk waarmaken.

Want de burger heeft het neoliberale riedeltje over zelfredzaamheid en zelfbeschikking dusdanig verinnerlijkt, dat hij vooral voor eigen rekening leeft, soeverein is in een kring die nauwelijks verder reikt dan de eigen schaduw en geen indringers of tegenspraak duldt, laat staan betweters die hem de wet voorschrijven. Wantrouw het gezag is de les die hij ingepeperd kreeg. Eerst door links in de jaren ’60 en ’70, daarna door rechts die met de verzelfstandiging en privatisering van overheidstaken zijn eigen gezagsruiten ingooide. Want hoe moet de burger de autoriteit van een overheid aanvaarden die zegt dat haar taken beter door anderen vervuld kunnen worden?

Een giftige combinatie: de staat als marktplaats en de burger als klant. En daar waar de klant koning is, zal hij zijn primaire en vaak tegenstrijdige verlangens bevredigd willen zien. Men heeft al het lekkers op ooghoogte van de burgerconsument geplaatst en iedere poging het snoepgoed te verwijderen of te verplaatsen, wordt dan ook beantwoordt met stampvoetend gejengel. Het is precies dit sentiment waarmee een politiek vakkenvuller als Wilders speelt.

Wie meester wordt over een stad die gewend is vrij te leven, moet verwachten door haar vernietigd te worden, schreef Machiavelli al. Dat is de ironie – of tragiek, zo men wil – van het neoliberale wereldbeeld en verklaart tot op grote hoogte de legitimiteitscrisis van het gezag en het succes van behaagzieke populisten. De gezagscrisis en de opkomst van onderbuikpolitiek komen voort uit een gebrek aan afstand tussen overheid en burger.

En tegen alle kijkbuiskindertjes die blijven geloven in het fabeltje over een afgrond afgegraven door al dan niet linkse elites, zou ik willen zeggen: oogjes toe en snaveltjes dicht.

Deze column verscheen eerder dit jaar in de Volkskrant

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s