Home

Er was eens een Duitse officier die tijdens de Tweede Wereldoorlog het Parijse atelier van Picasso bezocht. Daar werd hij geconfronteerd met de Guernica, het chaotische gruweltafereel geschilderd naar aanleiding van het bombardement op de gelijknamige stad. ‘Hebt u dit gemaakt?’ vroeg de geschokte officier. ‘Nee, u hebt dit gemaakt,’ antwoordde Picasso.

Uit het atelier dat Nederland heet, is dezer dagen een geheel eigen ontwerp voor een Guernica-werk tevoorschijn gekomen. Eerst werden de grove gruwellijnen op een voetbalveld uitgezet, waarna in de derde helft de nationale klieder-kladder-kleurwedstrijd kon beginnen. Deze grote ‘wie heeft het gedaan?’-vingerverfoefening heeft een collage opgeleverd waar de staat van verwarring in kolossale klodders vanaf druipt. De maatschappij wijst naar het spel, het spel naar de maatschappij, de xenofoob naar de Marokkaan, de Marokkaan naar de xenofoob, de club naar de opvoeding, de opvoeding naar de club, en ga zo maar door.

En zo krijgt een samenleving niet alleen het geweld, de kunst en het spel die bij haar passen, maar ook het debat. Het driftige vingerwijzen over en weer is in menig opzicht zelf een vorm van zinloos geweld; men gaat elkaar en de werkelijkheid bij voorkeur met een verbale behangerskwast te lijf. De voorzichtige suggestie dat een schilder als Picasso niet louter door zijn penceel in beweging wordt gezet, en een voetballer als Yassin niet louter door de bal – de vraag naar wat iemand bezielt dus – kan zomaar aanleiding geven tot een verbale kopstoot.

De gedachte dat dader en slachtoffer het product zijn van dezelfde klimatologische omstandigheden, dat de rolverdeling in de samenleving voortkomt uit een script dat we gaandeweg met z’n allen schrijven, die gedachte is voor menigeen moeilijk te verteren. Wie de rollen van badguy en goodguy toch verwisselt, doet dat omdat we in een land leven ‘waar mensen en instanties die het goede voorbeeld moeten geven, steevast suggereren dat slachtoffers schuldig zijn.’ Althans, volgens de GeenStijl-logica van het salonfähig gemaakte reaguurdersgezwets van Jan Bennink op de site van de Volkskrant.

Dit verstarde wij-zij-denken veruitwendigt de schuldvraag en projecteert het gevoel van disharmonie tussen gedroomde en werkelijke wereld op kwade machten van buiten. Soms is dat een institutie, soms een nietszeggende notie als respect – of het gebrek eraan – en vaak zijn het domweg ‘de anderen’. De loze KNVB-kreet ‘zonder respect geen voetbal’ en het al even gratuite stille protest van afgelopen zondag, schikken zich moeiteloos in dit patroon. Wat de actie van de voetbalbond met de stille meute verbindt, is de toverformule waarmee de zelfvoldane Nederlander zich graag verschoont: ‘met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht’. Maar in wezen zijn dergelijke manifestaties slecht begrepen jij-bakken, protesten van de samenleving tegen zichzelf.

De term ‘zinloos geweld’, de sprakeloze verontwaardiging en de lesjes ethiek (respect!), veronachtzamen het feit dat een mens tegen zijn eigen normen in kan handelen, iets kan doen of laten wat indruist tegen de waarden die hem bekend zijn. Dat geldt voor misdadigers, maar evengoed voor grensrechters en omstanders die na een molestatie stilzwijgend de draad oppakken alsof er niets gebeurd is. Club- en voetbalcultuur zullen daarbij vast een rol spelen en ongetwijfeld valt er veel zinnigs te zeggen over de relatie tussen   spelgeest en tijdgeest. Maar voorlopig gaat het om een concrete (wan)praktijk waarin een bepaalde levenshouding gestalte kon krijgen.

De trap moet hier van onderaf schoongeveegd worden. Laten we eens beginnen met het dresseren van onze maatgevende voorbeelden. Misschien is het een idee om de verongelijkte voetbalmiljonairs onder hoogspanning te zetten. En zodra zij maar een wenkbrauw optrekken na een arbitrale beslissing, jagen we hen een zeker voltage door het lijf.

Het is niet anders: wanneer de deugden niet verinnerlijkt zijn, moeten we de hulp inroepen van onconventionele leermeesters die hun leerlingen anders in het leven doen staan. Want wie maar vaak genoeg deugdzaam handelt, wordt vanzelf een deugdzaam mens. Pas na deze conditionering, als men zichzelf weer weet te kapittelen, zal men zichzelf en anderen weer weten te sturen en tot voorbeeld kunnen dienen.

Disclaimer: aan deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Het valt te voorzien dat het volgende Quernica-tafereel reeds in de maak is.  

Deze column stond op 12 december 2012 in de Volkskrant

NB: Het woord opinielijder schopte het tot woord van de dag bij meneer Van Dale: http://www.taalbank.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=1387:opinielijder&catid=18:woord-van-de-dag&Itemid=26

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s