Home

 ‘Scone leeringhe om salich te sterven’. Zo luidde de titel van een werk dat rond 1500 in onze omgeving bijzonder populair was. Het was een bewerking van Ars moriendi, ofwel: de kunst om te sterven. Dit middeleeuwse zelfhulpboek genoot, net als veel hedendaagse zelfhulpboeken, een bestsellerstatus. Honderden jaren lang stond deze tekst hoog op het meest-gelezen-lijstje van onze voorvaderen. Aan het eind van de middeleeuwen circuleerden er in Europa meer dan 100 uitgaven van; wat voor die tijd een kaskraker mag heten. Het was een verhandeling die haar succes dankte aan de vraag hoe men het sterven ter hand moest nemen – als levenskunst wel te verstaan.

Sterven als levenskunst. Voor de levenslustigen van vandaag een ver-van-mijn-bed-show. Wandel een boekhandel binnen, werp een blik op de stapels zelfhulplectuur en zie hoe het lange en gelukkige leven u toelacht: ‘De maakbaarheid van het geluk’, ‘De kracht van het nu’ of diezelfde kracht maar dan van ‘positief denken’ of domweg: ‘Leef!’ Wie naar een boek over stervenskunst vraagt zal waarschijnlijk een meewarige blik en het standaardwerk van Kübler-Ross meekrijgen. Dat is overigens een boek over rouwverwerking, en dus primair bedoeld voor achterblijvers die het verlies een plek moeten geven.

Dat stervenskunst uit de mode is, hoeft geen verbazing te wekken. De Franse filosoof Michel Foucault heeft indringend beschreven hoe vanaf de 18de eeuw het accent van de machtsuitoefening zich verlegde van de dood naar het leven. Kort gezegd: waar de soevereine vorst zijn macht uitoefende via het schavot en de beul, oefent de moderne machthebber zijn macht uit via de statistiek en de bureaucraat. Bevolkingsgroei, levensverwachting en productiviteit zijn dé machtsinstrumenten voor succesvol beheer van de productieve diersoort mens. Daarmee is de dood uit het publieke domein verdwenen en ondergronds gegaan. Dat wil zeggen: het is een particuliere aangelegenheid geworden en in diskrediet geraakt. Daar staat tegenover dat de verheerlijking van het naakte, biologische voortbestaan de status van een publieke geloofsbelijdenis heeft gekregen.

De eigentijdse zelfhulpindustrie weerspiegelt dit ethos. Men wijdt zich fanatiek aan het hier en nu, aan de openbaring van de geheime receptuur voor een lang, gezond en gelukkig leven. Vanzelfsprekend ligt dit vitale levensgeluk voor iedereen binnen handbereik, mits men maar de juiste geestesgesteldheid er op nahoudt – ‘mindset’ in het instrumentele jargon van zelfhulpgoeroes. Voor diegene die in ‘de kracht van het nu’ staat of zich aan mindfulness dan wel tantra yoga overgeeft, ligt het geluk en de gezondheid voor het oprapen. Want geluk en gezondheid zijn keuzes, kwesties die men zich door de juiste mentale instelling kan toe-eigenen. Neem de ‘tips and tricks’ van de zelfhulpprofeten ter harte en het levensgeluk lacht u toe.

Deze maakbaarheidsboodschap sluit goed aan bij de meritocratische tijdgeest. Dat is overigens wel een tijdgeest die, zeker in zijn huidige neoliberale en geradicaliseerde versie, zo zijn keerzijden kent. Want wanneer gezondheid en geluk verdiensten zijn die op het eigen conto bijgeschreven kunnen worden, dan geldt hetzelfde voor ongezondheid en ongeluk. De norm is veilig en vitaal leven, en wie daarvan afwijkt of zich door tegenslagen uit het veld laat slaan, heeft dat aan zichzelf te wijten. Ook dat is immers een keuze, luidt de impliciete boodschap. Het is dan ook geen toeval dat het begrip ‘loser’ vandaag de dag hét scheldwoord is dat op de lippen van de gemiddelde tiener bestorven ligt.

Elias Canetti beschreef al in Massa en macht hoe de overlevende de stervende in wezen als verliezer percipieert. Die ervaring is onder het hypermeritocratische regime van tegenwoordig geradicaliseerd. Anders gesteld: het sterven is niet alleen getaboeïseerd, de stervende mens symboliseert bovendien die typische eigentijdse ‘loser’ die men bij voorkeur wegmoffelt of doodzwijgt. De verinnerlijking van de doe-het-zelf-boodschap ‘leef lang en gelukkig’ heeft de dood en het lijden buiten het leven geplaatst en tot dé blinde vlek van de westerse psyche gemaakt.

De aftakeling en de dood zijn uit het straatbeeld verdwenen, het vitale leven en de eeuwige jeugd zijn ervoor in de plaats gekomen. Wie dezer dagen een stadspark bezoekt, ziet zich geconfronteerd met hordes doodverachters die zwetend en puffend Magere Hein eruit proberen te rennen. Hotelketens of kantoorcomplexen zonder fitnesscentrum zijn anachronistische wangedrochten zonder bestaansrecht geworden. Datzelfde geldt overigens ook voor de roker en zijn odeur, de melaatse van deze tijd. Centra voor preventieve screening schieten als paddenstoelen uit de grond en de farmaceuten kunnen de cholesterolverlagers en bètablokkers nauwelijks aanslepen. Dit en meer zijn de alledaagse manifestaties van een levenshouding die in het naakte overleven haar voornaamste opdracht en zelfvervulling ziet.

Het moet gezegd: de resultaten zijn indrukwekkend. We leven langer en gezonder dan ooit; het sterven op hoge leeftijd is van een voorrecht voor weinigen tot een burgerrecht van velen geworden. En daarmee stuiten we meteen op het schaarsteprobleem dat ten grondslag ligt aan de huidige zorgcrisis. Het kapitaal leven genaamd is namelijk niet alleen toegenomen (we worden ouder), het is tevens in zichzelf rond gaan zingen. Het fysieke voortbestaan tegen elke prijs is een waarde op zichzelf geworden, een belofte die door de gezondheidszorg coûte que coûte ingelost moet worden. Maar de excessieve toename van oud leven in combinatie met een levenshouding die de niet-zieke mens als norm beschouwt, is onhoudbaar. Het ontbreekt ons eenvoudigweg aan middelen om dit allemaal in stand te houden.

Het regeerakkoord tussen VVD en PvdA heeft de discussie over zorgkosten in alle hevigheid doen oplaaien. Maar de verontwaardiging over de verhoging van zorgpremies leidde af van waar het werkelijk om gaat. Om de houdbaarheid van ons zorgstelsel te garanderen is een debat vereist dat het dogma van zolang mogelijk (over)leven loslaat en de vraag naar kwaliteit van leven centraal staat. En kwaliteit van leven betekent: ars vivendi inclusief ars moriendi, ofwel: levenskunst met inbegrip van stervenskunst. Doodsvermijding als levensprincipe is niet alleen de aanjager van de huidige zorgcrisis, het heeft bovendien het individu de ruimte ontnomen zijn sterfelijkheid op zich te nemen. De euthanasiepraktijk waarbij de huisarts belast wordt met de actieve levensbeëindiging van zijn patiënt, is daar een voorbeeld van. Men bezingt de mens die zelf zijn sterfdatum bepaalt, maar vergeet dat het een ander is die hem dood moet spuiten.

Vroeg of laat worden velen van ons geconfronteerd met de vraag hoe lang het leven nog waard is geleefd te worden. Om te voorkomen dat deze existentiële afweging ons uit handen wordt genomen door bureaucratische rekenmeesters die er een kille kosten- en batenafweging van maken, moeten we ons ontworstelen aan een ethos dat zich krampachtig aan het leven vastklampt. Maar ook voor de politiek ligt hier een opdracht. Het accent moet verlegd worden van biopolitiek die het leven tot elke prijs in stand houdt, naar een verlichte vorm van thanatopolitiek die het leven ontvankelijk maakt voor de dood.

Het zou een verdienstelijk en nuttig zelfhulpboekje zijn: ‘Mens, durf te sterven!’

Dit opiniestuk stond 21 november 2012 in de Volkskrant

5 thoughts on “Levenskunstenaar weet niet hoe hij moet sterven

  1. Geachte heer Schnitzler,

    Ik las uw waardevolle bijdrage over levenskunst in de Volkskrant van 21.11.2012. Echter, tegen het noemen van mindfulness als lichtzinnige vorm van levenskunstbeoefening kan m.i..bezwaar worden opgetekend. Deze stroming is rechtstreeks verbonden met het boeddhisme en neemt het lijden van de mens als uitgangspunt. Hoe ga ik met dit onwrikbare gegeven om zonder steeds de vlucht vooruit te nemen in een onaflatend ‘feelgood’ gevoel? Ik las hier zinnige dingen over in het compacte en helder geschreven boekje van E. Maex “Een kleine inleiding in het boeddhisme’.

    Met vriendelijke groet,
    Han Snijders, Eindhoven

    • Mindfulness mag zeker niet als lichtzinnig beschouwd worden, dat ben ik met u eens. Misschien was het in mijn opsomming niet gelukkig gekozen, maar ik doelde meer op de lichtzinnigheid en valse beloften van het gros van de zelfhulplectuur.

  2. Geachte heer Schnitzler,
    Dank voor uw waardevolle artikel in de Volkskrant deze week: ik ben het eens met de lijn dat we het sterven weer als een wezenlijk en aanvaard gebeuren in onze maatschappij een plek geven. Zo ben ik bezorgd over de “druk” die wordt opgebouwd om toch vooral orgaandonor te worden, sterker nog: zonder tegenbericht wenst men iedereen als orgaandonor te gaan beschouwen. Ik schreef daarover een ingezonden brief aan de Volkskrant. Jammer genoeg niet geplaatst. Omdat mijn verhaal op dezelfde lijn zit als uw artikel voeg ik mijn tekst hieronder in. In de kern gaat het om Grenzen aan de Zorg (in navolging van het inmiddels breed aanvaarde principe van Grenzen aan de Groei).
    Bloed geven, bij leven, is voor mij een goede medemenselijke activiteit. Echter ik heb bezwaren tegen het doneren van organen na overlijden. Daarvoor heb ik een aantal zwaarwegende redenen van principiële aard: belangrijkst is dat ik wens rustig te mogen sterven en met een intact lichaam. Ik heb bezwaar tegen de voortschrijdende medicalisering, tegen de suprematie van medisch-technologisch handelen. De voortschrijdende medicalisering hangt als een molensteen om de nek van deze en vooral toekomstige generaties. Zeer terecht de discussie die nu wordt geëntameerd over de kosten van medisch handelen: de discussie over de kosten van gewonnen levensjaren.
    Het rapport van Klink (vorige week in de openbaarheid) gaat voorbij aan de werkelijke problematiek. Klink zegt: laten we “onnodig” medisch handelen gaan nalaten. Ook de discussie over de kosten van extreem dure medicijnen wordt slechts symptomatisch aangepakt: de Minister gaat praten of de prijs omlaag kan.
    Het werkelijke probleem is dat er grenzen aan de groei zijn (vgl het rapport van de Club van Rome in de 70-er jaren van de vorige eeuw). Grenzen aan de groei is bespreekbaar wanneer het over ecologie en opwarming van de aarde gaat. Maar de medische technologie moet ongebreideld kunnen doorgroeien. Dat spoort niet.
    De werkelijke oplossing moet komen van het aanvaarden van ’s mensens sterfelijkheid.
    Leven en sterven hoort bij elkaar, voor alles is een tijd.
    De oplossing van de problemen voor de medische kosten, de molensteen van der toekomst, ligt in het bevorderen van de eigen verantwoordelijkheid. De burger moet zelf verantwoordelijkheid nemen voor zijn gezondheid: obesitas, en andere ziekten door teveel zitten, drinken, roken, reizen etc. Eigen verantwoordelijkheid betekent ook het aanvaarden van het lot: ziekte en sterven maakt daarvan deel uit. Uiteraard is er gerechtvaardigd medisch handelen: ziekten en aandoeningen waar doelmatig en efficiënt handelen aan de orde zijn. Eindeloos toepassen van levensverlengende technologieën moeten we niet willen. Ziekte en sterven moeten ook hun normale plek in de maatschappij hebben, zonder dat we alles op alles zetten om het uit beeld te duwen.

    In deze context ben ik van mening dat een impliciete verplichting om orgaan-donor te zijn niet past. Het staat een ieder vrij om zich te melden als orgaan-donor. Het staat een ieder vrij om, geconfronteerd met een ernstige ziekte, te kiezen voor het aanvaarden van een donor-orgaan. Het gaat me evenwel te vér dat er een soort van burgerplicht ontstaat dat je lichaam meteen na sterven wordt leeggeroofd.
    dr Frits van Vugt
    Den Haag

  3. Sublieme verhandeling van Hans Schnitzler, over stervenskunst&levenskunst en wat ik zou willen noemen ‘het nieuwe levenslef’ door ook sterven terug levend te maken. Hetgeen hij oppert en zoals hij het opschrijft, maakt dat ‘zij die het begrepen hebben’ en die het aangaat, zich allengs meer openbaren in hun ‘loser’ zijn en oprecht ook [weer] meer trots voelen om het te zijn. Om sowieso te ‘zijn’ en dan bedoel ik zonder al die nieuwerwetse flauwekul en al die poeha van ‘nu’ en wat allemaal nog meer maakbaar is. Dood was dat altijd al, het leven zelf zal/mag nooit maakbaar worden; vermits alleen wij losers onszelf blijven manifesteren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s